17
JUN
2019

Vrijheid van onderwijs

Over argumenten, feiten en verbindingen

NIEUWSBRIEF JUNI | De vrijheid van onderwijs staat weer ter discussie. Lodewijk Asscher heeft in de Tweede Kamer de handschoen opgepakt, omdat hij van mening is dat bijzonder onderwijs een veroorzaker van segregatie is en een beweging naar meer gelijke kansen in de weg staat. Daarnaast heeft het gedoe rond het Amsterdamse Cornelius Haga Lyceum voor heel wat rumoer gezorgd. Op het moment van schrijven is overigens nog niet duidelijk wat nu precies onderwijsmatig het ‘gedoe’ is. Het lijkt er vooralsnog op dat de bestuurder zich in woord en daad onbehoorlijk heeft gedragen. Een kwalijke zaak, maar een incident waarop gereageerd kan worden zonder meteen artikel 23 van stal te halen. Dat dit toch gebeurt, zegt niet alleen iets over de schrikreactie die veel mensen krijgen bij het woord ‘islam’, maar zegt ook iets over hoe tegen religie in het algemeen wordt aangekeken. Religie indoctrineert. Religie staat vrijheid in de weg.

Vanuit breed christelijke kring is ook een duit in het debatzakje gedaan. Wat daarbij opvalt, is dat van verschillende kanten wordt aangegeven dat de verdediging van bijzonder onderwijs niet te snel in oude reflexen en het verdedigen van rechten moet schieten, maar een breder palet van argumenten moet laten zien.

Zo noemt Govert Buijs, bijzonder hoogleraar politieke filosofie aan de faculteit van Wijsbegeerte aan de VU, in een column in het ND drie argumenten:

1. Het Nederlands onderwijsbestel geeft grote ruimte aan diversiteit. Naast verschillende religieuze ziens- en zijnswijzen komt de veelkleurigheid voort uit een scala aan pedagogische en onderwijskundige benaderingen.
2. Het Nederlandse onderwijsbestel blijkt in de praktijk een goed alternatief te zijn voor gesegregeerd onderwijs. In veel landen waar alleen openbaar onderwijs is, zie je dat ‘de rijken’ privéscholen stichten.
3. Het Nederlands onderwijsbestel beschermt tegen ‘de indoctrinatie van een plat succesdenken’. Er is ruimte voor vorming van leerlingen tot ‘mooie mensen’.

Dick den Bakker, werkzaam bij Verus, reikt in zijn column ‘vrijheid van onderwijs – van verdedigen naar waarderen’ het argument van innovatie aan: in het algemeen zijn Nederlandse scholen veel innovatiever dan scholen in landen waar het onderwijsbestel niet ‘onze’ vrijheid kent en men gebonden is aan wat de staat voorschrijft.

Theoloog des vaderlands, Stefan Paas, gaat in Trouw nog wel in op de rechtenbenadering. Hij doet dat op een andere wijze dan gewoonlijk het geval is, in wat ik maar even kortweg ‘LVGS kringen’ noem. Hij wijst erop dat onderwijsvrijheid geen privilege is van religieuze ouders, maar een recht van iedereen. Het staat als zodanig ook in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en in het Europees Handvest: ouders hebben het recht onderwijs te zoeken dat aansluit bij hun eigen religieuze of filosofische overtuiging. Hij voegt eraan toe dat, als dit in stand moet worden gehouden door eigen bekostiging, je van de regen in de drup komt: er wordt dan ruim baan gemaakt voor schimmige financiering uit het buitenland, zoals uit Qatar of Saudi-Arabië.

Iets anders. Toen ik mij voorbereidde op een interview over onderwijsvrijheid bij de christelijke tv-zender ‘Family7’, viel mij opnieuwop dat in maatschappelijke en politieke debatten zo vaak direct wordt doorgeschakeld naar standpunten. Aandacht voor feiten legt het vaak af tegen het hijsen van de identiteitsvlag.

Een paar data:
– Nog steeds kiest 65% van de ouders voor bijzonder onderwijs, en dat is gezien alle maatschappelijke veranderingen in de laatste decennia niet vanzelfsprekend.
– Verder laat recent NIPOS-onderzoek zien dat circa 84% van de ouders tevreden is met het schoolaanbod (PO en VO) waaruit gekozen kan worden.
– Als eenmaal een keuze is gemaakt geeft circa 92% aan tevreden te zijn met de gemaakte schoolkeuze voor hun kind.
Daarmee mag het huidige bestel dus op brede steun van ouders rekenen.
– Ook kwalitatief staat Nederland zijn mannetje: al jaren staan Nederlandse scholen in de top drie van Europa en in de top zevenvan de wereld.
Kortom er zijn redenen van allerlei snit om ons onderwijsbestel niet zomaar aan te passen.

Deze tijd maakt wel dat het goed is om te kijken hoe wij het bestel levend houden in de toekomst. Voor scholen bij wie de christelijke identiteit hoog in het vaandel staat, is er de plicht om na te blijvendenken hoe zij hun leerlingen vormen om ‘Christlike’ in een veelkleurige samenleving te leven. Die reflectie kan tot allerlei uitkomsten leiden. Ik beperk me tot het noemen van één. Vanuit het oogpunt van vorming is het betekenisvol wanneer LVGS-scholen (verder gaan in het) nadenken over vormen van projectmatige verbindingen met andere scholen uit de omgeving. Verbindingen die mogelijkheden bieden tot dialoog. Daarin leer je niet alleen de ander beter kennen, maar ontstaat ook de mogelijkheid om in de maatschappelijke realiteit je eigen christelijke stem te ontdekken en dikwijls vernieuwd te laten klinken. Het behoort tot de kernwaarden van het christelijk geloof om verder te kijken dan je eigen positie en het goede te zoeken voor de stad, de wijk, de ander. En je kunt daarbij beter niet wachten tot leerlingen van school af zijn.

Marnix Niemeijer, voorzitter LVGS