NIEUWSARCHIEF

Financiering van godsdienstig en humanistisch vormingsonderwijs op openbare scholen

19-10-2018 | Godsdienstig en humanistisch vormingsonderwijs op openbare scholen moet structureel bekostigd worden. Een wetsvoorstel dat dit regelt werd twee jaar geleden door de Tweede Kamer aangenomen. Maar bij het voorstel over bekostiging heeft LVGS samen met acht andere organisaties serieuze vragen. Zij hebben een brief geschreven aan de onderwijscommissies in de Eerste en Tweede Kamer. In die brief vragen de organisaties om een sterke financiële randvoorwaarden. Lees hier de brief.

Greijdanus heeft eigen keurmerk: GO

09-10-2018 | Vanaf vandaag draagt Greijdanus een eigen keurmerk: GO. GO is het resultaat van een jarenlang proces waarbij de christelijke identiteit op verschillende manieren zichtbaar wordt en doorwerkt in het héle schoolklimaat: het onderwijs, de positie van jongeren en medewerkers, de inrichting van gebouwen en de betekenis van de school voor het welbevinden van de jongeren.

Die samenhang vanuit verschillende onderwerpen en de brede doorwerking van de christelijke missie, maakt GO ook onderscheidend ten opzichte van andere VO-scholen. De scholengemeenschap wil hiermee voorop lopen in de christelijke vorming van jongeren, waarbij de veranderingen langzaam maar zeker zichtbaar worden in de hele scholengemeenschap. GO staat voor christelijk VO en geeft beweging en groei aan, want de school wil de identiteit van de school blijven ontwikkelen.

Wat zie je nu al van GO terug binnen Greijdanus?

Kijk op het onderwijs
Werken volgens het GO-principe houdt in dat het onderwijs anders wordt georganiseerd, waarbij per vak gekeken wordt naar het meest passende niveau. Waarbij een kleine mentorgroep centraal staat in plaats van de gebruikelijke klassenstructuur. In Meppel heeft men daar al grote stappen in gezet: “Hoe vaak zat jij je te vervelen op school?” vraagt Ton Sebens, locatiedirecteur in Meppel. “We denken vaak in vakken, niveaus, diploma’s en lesroosters, maar als we als school denken in leerdoelen en jongeren op maat laten leren, liggen er kansen om onderwijstijd anders in te delen. Jongeren kunnen zich zo ontwikkelen zonder hun hele schooltijd voor alle vakken vast te zitten aan een bepaald niveau.” Sebens: “Jongeren kunnen ook niet meer blijven zitten, want het is jammer als ze alle vakken moeten overdoen terwijl er maar voor een paar vakken reparaties nodig zijn.”

Op het Greijdanus wordt binnen alle locaties steeds meer gekeken naar de mogelijkheden, interesses en de motivatie van de jongeren die zelf, met hulp van docenten, hun leerdoelen formuleren en in hun eigen tempo leren vanuit leerlijnen.

Kijk op de positie van jongeren en medewerkers
Martin Jan de Jong, bestuurder van Greijdanus, vertelt dat een jongere die een GO-school binnenstapt wéét dat er veel aandacht wordt besteed aan het christen-zijn en aan het ontdekken van de wereld. Hij weet ook dat hij er verschillende vakken kan volgen op verschillende niveaus en dat er praktischer en projectmatiger gewerkt wordt, waardoor er meer samenhang komt in de leerstof. Jongeren werken op het Greijdanus vanuit GO ook aan een identiteit-curriculum, waarbij ze vastleggen wat ze leerden om als christen te leven.

Jongeren worden niet meer alleen als leerlingen gezien, maar op Greijdanus zijn ze medewerkers die zelf bijdragen aan hun opleiding. Een aantal jongeren speelt een adviserende rol bij het vervullen van vacatures, andere leerlingen vervullen een rol als gastheer of gastdame, of lossen problemen op bij de ICT-helpdesk. Soms worden ze hiervoor betaald door het Bureau van Waarden, een intern uitzendbureau.

Kijk op inrichting van gebouwen
Ook binnen het schoolgebouw wordt GO op termijn meer zichtbaar. Denk aan de manier waarop de ruimtes zijn ingericht; er komen steeds meer plekken vrij waar leerlingen zelfstandig aan de slag kunnen, los van hun klas.

Kijk op de betekenis van school voor welbevinden van de jongeren
De verantwoordelijkheid van het Greijdanus met het GO-principe voor haar scholieren, houdt niet op bij de schooldeur. Daarom staat de school in nauw contact met ouders die zich kunnen verenigingen in de Vriendenstichting van de school. “Jongeren kunnen op school huiswerk maken en, als dat nodig is, regelen we hulp en begeleiding”, zegt directeur Gert Jan Niewold. Ouders kunnen bovendien vanuit de Vriendenstichting een vergoeding krijgen, wanneer de reiskosten bijna niet te dragen zijn, om hun kinderen op Greijdanus een plek te geven om te groeien.”

Waarom GO?
Het woord GO staat voor vooruitgang en geeft positieve energie weer. Het logo – dat de komende maanden nog verder ontwikkeld wordt – kan gezien worden als een brilletje en geeft hiermee kijk op onderwijs weer, maar geeft ook samenhang en binding aan.

Leer hierover meer op de website van Greijdanus

Greijdanus bestaat uit totaal vier locaties in Zwolle, Meppel, Hardenberg en Enschede. Er gaan bijna 3900 leerlingen naar school uit een straal van 60 km om de school. De school biedt onderwijs aan op alle niveaus, van praktijkroute vmbo tot en met gymnasium.

 

Wetsvoorstel ‘Meer ruimte voor nieuwe scholen’ door minister Arie Slob aangepast

08-10-2018 | Het wetsvoorstel ‘Meer ruimte voor nieuwe scholen’ wil meer ruimte bieden voor het stichten van scholen die aansluiten bij de wensen van ouders en leerlingen. Anders gezegd: het wetsvoorstel wil de vrijheid van onderwijs meer bij de tijd brengen.

Het wetsvoorstel dat onder verantwoordelijkheid van minister Arie Slob tot stand is gekomen, is een aangepaste versie van een eerder wetsvoorstel dat door zijn voorganger Sander Dekker was ingediend. De aangebrachte aanpassingen, waarvoor LVGS in samenwerking met Verus heeft gepleit, zijn verbeteringen ten opzichte van de eerdere versie:

  1. De bestaande richtingen blijven overeind. Verder moeten nieuwe scholen vooraf aan kwaliteitscriteria voldoen. In hun grondslag moeten zij een fundamentele oriëntatie hebben om toegelaten te worden.
  2. Ons pleidooi voor het behoud van de laatste school van een richting is overgenomen, mits er sprake is van één richting.
  3. De nieuwe versie van het wetsvoorstel biedt besturen van bijzondere scholen de mogelijkheid om eigen kerndoelen vast te stellen als een bestuur fundamentele bedenkingen heeft tegen de wettelijk vastgestelde kerndoelen.
  4. Verder constateren we dat de huidige regeling voor de bekostiging van het leerlingenvervoer op basis van geloofsovertuiging weer in het wetsvoorstel is opgenomen.
  5. Tenslotte zijn onze zorgen over besluitvorming binnen het stichtingsproces weggenomen. Als ouders een nieuwe school willen stichten, is overleg met schoolbesturen, samenwerkingsverbanden en gemeenten verplicht . De eis van overleg met het schoolbestuur geldt ook wanneer ouders een bestaande school willen verlaten om een nieuwe school te stichten. Ons bezwaar dat alleen de minister oordeelt in zulke situaties is hiermee weggenomen.

LVGS steunt de campagne ‘Samen zijn wij school’

Doe je mee?

11-09-2018 | Er gaat veel goed op Nederlandse scholen. Elke dag zetten onderwijsprofessionals en ouders zich in voor de toekomst van hun leerlingen en kinderen. Het contact tussen school en ouders gaat echter niet altijd goed. Helaas komt het voor dat school en ouders botsen. Misschien wel vaker dan vroeger. De stress en werkdruk die hierdoor ontstaan zijn voor niemand prettig of goed. Ook zijn er verwachtingen en spelen er vragen. Alleen als we die benoemen kunnen we de oplossingen vinden; met elkaar! Met ‘Samen zijn wij school’ is daar aandacht voor. De campagne ‘Samen zijn wij school’ roept ouders en scholen op om nog meer samen te werken aan het succes en welbevinden van leerlingen.

De ontwikkeling en het welbevinden van leerlingen is waar scholen en ouders beiden voor staan. Hun goede samenwerking is zowel in het belang van de leerling, de ouder als de leraar. In de landelijke campagne ‘Samen zijn wij school’:

  1. werken scholen en ouders samen aan het succes en het welbevinden van de leerling
  2. respecteren ouders en school elkaars specifieke deskundigheid in opvoeding en onderwijs
  3. nemen ouders en school samen beslissingen over de ontwikkeling van hun kind/de leerling
  4. nodigen ouders en school iedereen uit het voorbeeld van goede samenwerking te volgen


Sta jij hier ook voor? Sluit je dan aan. Onderschrijf deze oproep op www.samenzijnwijschool.nl

 

Versterking samenwerking sectorraden en profielorganisaties PO en VO

29-06-2018 | De sectorraden (PO-raad en VO-raad) en profielorganisaties (Verus, ISBO, LVGS, VBS, VGS en VOS/ABB) versterken hun samenwerking bij strategische vraagstukken door te streven naar afstemming van standpunten richting politiek en samenleving en het naar buiten brengen daarvan.

Waar mogelijk zullen de organisaties elkaar benutten, versterken en ondersteunen. Met respect voor elkaars rol, en met onderkenning van expertise. Daarnaast wordt wederzijds onderkend en gerespecteerd dat belangenafwegingen soms niet tot een concensus zullen leiden. Vandaag markeerden de bestuurders van de organisaties dit gezamenlijk initiatief.

Op de foto vlnr Pieter Moens (VGS), Anko van Hoepen (PO-Raad), Hein van Asseldonk (VO-raad), Gökhan Çoban (ISBO), Loes Ypma (Verus), Edward Moolenburgh (VBS), Hans Teegelbeckers (VOSABB) en Marnix Niemeijer (LVGS).

Op de foto vlnr Pieter Moens (VGS), Anko van Hoepen (PO-Raad), Hein van Asseldonk (VO-raad), Gökhan Çoban (ISBO), Loes Ypma (Verus), Edward Moolenburgh (VBS), Hans Teegelbeckers (VOSABB) en Marnix Niemeijer (LVGS)

 

 

 

 

 

 

 

 

OVER LVGS – openheid en eigenheid

18-06-2018 | Net als bij voetballen heeft iedereen in Nederland een mening over het onderwijs. Iedereen is immers linksom of rechtsom een ervaringsdeskundige. Ook de scholen die zich verbonden weten met LVGS hebben een mening: onderwijs heeft ten diepste te maken met de gewetensvrijheid van ouders – en bij het ouder worden: ook van leerlingen/studenten – om te kiezen voor onderwijs dat bij de eigen visie op een goed leven past. Wie ben je? Wie wil je zijn? Aan welke (wereld)samenleving wil je bijdragen? Heel kort gezegd vinden LVGS-leden dat onderwijs ruimte moet geven voor een eigentijdse, betekenisvolle vorming tot burger van het Koninkrijk van God en de gerechtigheid die daar bij hoort.

Intussen zitten we onmiskenbaar in een tijd van transitie: op mondiaal niveau en op nationaal maatschappelijk niveau, wat betreft onderwijs en wat betreft de geloofsgemeenschappen van waaruit de scholen die LVGS vormen zijn voortgekomen. Het is niet één-twee-drie te zeggen waar al deze transities in zullen resulteren. Wel is duidelijk dat LVGS zoekt naar nieuwe balansen tussen openheid en eigenheid.

Goed, expliciet en herkenbaar christelijk onderwijs
Zo zoeken we openheid door de verbinding te zoeken met andere scholen die gaan voor goed, expliciet en herkenbaar christelijk onderwijs. Onderwijs waarbij de Bijbel bron en leidraad is. Het traject met Verus staat in dit teken. Tegelijkertijd focussen we in het identiteitstraject dat drie jaar geleden met ‘Identiteit Als Sterk Merk’ begonnen is, op het steeds weer actualiseren van een betekenisvolle eigenheid. Hoe laten we ons inspireren door onze bronnen?

Ook in het nieuwe cursusjaar gaan we hier mee verder. In het besef dat als de Heer het huis niet bouwt, de bouwers tevergeefs zwoegen.

Marnix Niemeijer, voorzitter LVGS

> Lees in de Samenvatting van het LVGS bestuursverslag (2017) meer over de versterking van goed, expliciet en herkenbaar christelijk onderwijs.

Column | Van werkdruk naar werkplezier

Mensen kunnen bloeien, leerkrachten dus ook!

Door Antoinette Heijink, Directeur gbs de Wierde (Winsum)

19-06-2018 | Drie jaar geleden stapte ik als zogeheten zij-instromer binnen in de wondere wereld van het onderwijs, na jaren werkzaam te zijn geweest als zelfstandig communicatieadviseur voor overheden en maatschappelijke organisaties. Door een samenloop van omstandigheden kreeg ik de kans om samen met mijn duo-collega Grietje Verbree – een echte rot in het onderwijsvak – leiding te geven aan gbs De Wierde in Winsum, een school met circa 200 leerlingen ten noorden van Groningen. In één van de eerste bijeenkomsten die ik bezocht in mijn nieuwe rol ontmoette ik een psycholoog die haar dagen vulde met hulp aan leerkrachten met burn-out: één op de vijf zat er tegenaan, verzekerde ze me. Ik realiseerde me dat dat één van onze speerpunten zou worden als directie: bijdragen aan een gezonde balans in het werk van teamleden.

Inmiddels zijn we drie jaar verder. Mijn duo neemt binnenkort afscheid. Een mooi moment om enkele gezamenlijk opgedane inzichten te delen. Wat kun jij als schoolleider doen om de werkdruk te verminderen? Hoe draag jij eraan bij dat mensen in je organisatie tot bloei komen? Wat ik de afgelopen drie jaar in het onderwijs vooral heb geleerd is dat alles wat je kinderen wilt leren, je eerst zelf moet doen. In de praktijk zit er nogal eens een hiaat tussen wat we kinderen willen bijbrengen en wat we zelf doen. Het dichten van dit gat vraagt om een cultuurverandering.

Talentontwikkeling
In het onderwijs wordt veel gesproken over talentontwikkeling bij kinderen. Ook in de overigens prachtige publicatie ‘Mensen kunnen bloeien’ ligt het accent op het kunnen bloeien van kinderen. Ik ben er echter van overtuigd dat wij pas in die missie slagen als leerkrachten kunnen bloeien. Talentontwikkeling begint dus bij het leren zien, waarderen en inzetten van talenten in het team.

Kwetsbaar
Wat mij als nieuwkomer in het onderwijs opviel, was dat leerkrachten ontzettend veel van zichzelf eisen en verwachten. Alsof ze álles zouden moeten kunnen. Onzin natuurlijk, want als leerkracht moet je wel generalist zijn, maar dat betekent nog niet dat je overal even goed in kunt zijn.
Aan de slag gaan met talenten in het team vraagt van leerkrachten dat zij zich kwetsbaar durven op te stellen. Benoemen waar je wel goed in bent, is best eng, net als erkennen dat je niet overal goed in bent. Maar dat laatste geeft ook een hoop ontspanning.

Passie voor de klas
Als talenten in het team goed worden benut, zorgt dit voor boeiender onderwijs. Als een leerkracht gek is op muziek, dan is het toch mooi als de groep daar dat jaar extra van profiteert? Dat moet je als schoolleider stimuleren! En is een leerkracht niet zo’n natuurmens, opper hem/haar dan om een collega in te schakelen die dat wel is. Of laat hem/haar eens een gepassioneerde gastdocent uitnodigen. Want wat met passie wordt gebracht, heeft veel meer impact.

Groene doe-cultuur
Onderwijsmensen staan bekend als ‘groen’ (=mensgericht, op harmonie gericht) en als ‘doeners’, maar dat geldt natuurlijk niet voor alle mensen in het onderwijs. Wel denk ik dat er vaak sprake is van een groene doe-cultuur, waarin ‘groen’ en ‘doen’ positief worden gewaardeerd; betrokken en actief, maar ook: grenzeloos dienstbaar en loyaal aan de organisatie en het systeem. Wil je de werkdruk aanpakken, dan moet je ook aan de slag met de groene doe-cultuur. Daarvoor heb je juist de mensen nodig die van zichzelf wat minder ‘groen’ zijn, maar dat niet laten zien. Spoor deze mensen op. Zij beschikken over eigenschappen die helpen om een meer gebalanceerde, professionele cultuur te realiseren: de rode types (afspraak = afspraak), de blauwe types (zorgen voor structuur, borgen van afspraken), de gele types (buiten huidige kaders/systemen denken). Als je de cultuur wilt veranderen, begin dan met met het positief waarderen en gericht inzetten van die eigenschappen.
Growth mindset
‘Practice what you preach’ geldt ook voor het lerend vermogen van leerkrachten. We hebben het over fixed mindset bij kinderen, maar hoe lerend zijn we zelf als team? Het is interessant om in het team te onderzoeken welke overtuigingen er heersen ten aanzien van leren. Want die overtuigingen zijn nogal bepalend voor hoe kinderen worden benaderd en hoe teamleden zelf omgaan met kritiek of open staan voor het volgen van opleidingen. Verplicht op cursus werkt niet. Wil je een lerende organisatie worden, dan moet je beginnen bij die overtuigingen. En daar het gesprek over aangaan. Het boek van Carol Dweck over growth mindset (even niet letten op de titel) heeft ons directie hierbij erg geholpen.

Samenhang zichtbaar maken
Het beroep van leerkracht is het afgelopen decennium een stuk complexer geworden. Ontwikkelingen in de samenleving volgen elkaar in zo’n rap tempo op, dat stilstaan geen optie meer is. Door schuivende panelen op allerlei terreinen moeten leerkrachten meer dan vroeger in staat zijn om hun eigen positie te bepalen en zelfstandig keuzes te maken. Als schoolleider zie ik het als mijn taak om ervoor te zorgen dat leerkrachten af en toe de dagelijkse hectiek ontstijgen en samen naar de grote lijn kijken en de samenhang der dingen zien. Samen oefenen in hogere orde denken. Als je de samenhang ziet tussen activiteiten, voelt het niet als heel veel dingen, maar als één ding met één doel.

Van systeem naar bedoeling
We willen op school betekenisvol onderwijs geven. Maar is alles wat wij zelf doen nou zo betekenisvol? Ik denk dat veel werkdruk zijn oorsprong vindt in het doen van niet-betekenisvolle dingen. Leerkrachten zijn te vaak uitvoerders van een systeem waarin ze zelf eigenlijk niet geloven of waarvan ze de bedoeling niet zien. Dat wringt uiteraard, levert stress op. Onlangs hebben we als team een studiedag gehouden naar aanleiding van het boek van Wouter Hart: ‘Verdraaide Organisaties, terug naar de bedoeling’ (een aanrader!). Het doel van deze studiedag was om zicht te krijgen op het verschil tussen systeem en bedoeling. Die bewustwording is nodig om meer te kunnen focussen op bedoeling en het systeem daar weer dienstbaar aan te laten zijn; de leerkracht moet meer eigenaar worden van de bedoeling in plaats van uitvoerder van het systeem. We hebben als team afgesproken dat elk systeem dat niet bijdraagt aan onze bedoeling (missie, visie, kernwaarden) ter discussie mag worden gesteld. En dat gebeurt inmiddels regelmatig.

Veilige basis
Tenslotte: veiligheid is voor kinderen een belangrijke voorwaarde om zich goed te ontwikkelen, maar voor leerkrachten net zo goed. Stel jezelf als schoolleider de vraag: hoeveel veiligheid en vertrouwen bied ik mijn collega’s? Is het mijn intentie om een duurzame werkrelatie aan te gaan? En laat ik dit ook merken? Een medewerker moet ervan op aan kunnen dat ik me als leidinggevende verantwoordelijk voel voor hem/haar, ook als hij/zij niet op de juiste plek blijkt te zitten. Ik realiseer me dat dat ook niet altijd voldoende is. Er rest mij dan niets dan collega’s te wijzen op de rust die alleen bij God te vinden is en voor hen te bidden; dat zij rust mogen vinden bij God en dat hij hen mag bevestigen dat ze zijn geliefde kinderen zijn. Dat vind ik toch wel het meest bijzondere aan werken op een christelijke school, dat je elkaar aan die veilige basis mag herinneren.

Antoinette Heijink, Directeur gbs de Wierde (Winsum)

Burgerschap op de GSR

‘Samen leren leven’

20-06-2018 | De overheid heeft enkele jaren geleden de maatschappelijke stage afgeschaft, maar de GSR (VO) in Rotterdam heeft toen besloten om daar toch mee door te gaan. Met dat besluit zijn ze nu blij, gezien de recente aandacht voor burgerschapsvorming. Met de maatschappelijke stage – zoals bijvoorbeeld de huiswerkklas en ondersteuning taalonderwijs voor basisschool de Meridiaan – werkt de GSR op laagdrempelige wijze aan burgerschapsvorming. Leerlingen leren hiervan, plus de school kan zo ook van betekenis zijn voor de stad Rotterdam. Dat is ook de missie van de stichting Vrienden van GSR, die ‘Samen leren leven’ als slogan gebruikt.

Er is nog veel onduidelijk over de kaders van de burgerschapsvorming, maar voor de GSR is de maatschappelijke stage daarin een belangrijk element. De GSR participeert in werkgroepen en fora om de kerndoelen voor burgerschap op te stellen. Ook intern bereiden ze zich voor en zijn collega’s in gesprek over de veranderingen. Ondertussen gebeurt er ook al van alles op de GSR, wat zichtbaar wordt in de aanpak van de maatschappelijke stage en de activiteiten van de Vriendenstichting.

Maatschappelijke stage
“Wij vinden het belangrijk dat onze leerlingen zich ook buiten de school als mens ontwikkelen. En op die manier met een blik, gericht op de ander, in de samenleving komen te staan. Die samenleving is voor onze leerlingen de multiculturele en veelkleurige stad Rotterdam. Velen van hen zullen daar gaan werken, wonen en studeren. Waar voorheen de stage bij eigen sportclubs of bedrijven van vrienden en families werd gedaan, vragen we nu van hen om een stage te zoeken op een plek die ze niet kennen en waar zij met mensen in aanraking komen die zij normaal niet tegenkomen. Op deze manier stimuleren we verrassende contacten voor zowel leerling als mensen in de maatschappij”, aldus Schoolleider Public Value & Organisatie Erik Harinck.

GSR heeft voor de stages de volgende kaders opgesteld:
1. Kom buiten je eigen comfortzone. 2. Loop ongeveer acht of twaalf (verschilt per opleiding) uur stage. 3. De stage is gericht op de stedelijke omgeving (Rotterdam en Den Haag). We willen een zegen zijn voor de stad. 4. De stage is gericht op het opbouwen van anderen. 

De leerlingen zoeken zelf een stageplaats, leggen hun keuze voor aan een coördinator en reflecteren na afloop op hun stage. Het is het voornemen om die reflectie vast te leggen in een dossier dat als plusdocument bij het diploma zit. Dit jaar was er een klein percentage dat niet zelf een stageplaats kon regelen. Voor hen zoeken de coördinatoren dan een aanbod. Een voorbeeld daarvan is de huiswerkbegeleiding van leerlingen van onze naburige basisschool De Meridiaan.

Huiswerkklas voor de Meridiaan
De Meridiaan is een openbare basisschool in de multiculturele wijk Oosterflank van Rotterdam. De GSR verzorgt al enkele jaren voor deze school het Sinterklaasfeest. De school kent veel kinderen met taalachterstand. De docenten van de school zetten zich met grote inzet in voor het bijwerken van de achterstanden, maar ervaren dat zij soms handen tekort komen. Afgelopen december vroeg de directrice of de GSR hen konden helpen. De hulp betreft het begeleiden van een groep van ca. 15 kinderen bij het maken van huiswerk en het lezen van boekjes. De basisschool informeert de ouders over de voorwaarden en regelt de inschrijving. Een van de voorwaarden is dat de begeleiding op de GSR plaats vindt. Daarmee leggen zij een kleine drempel (zij lopen een merendeels witte, christelijke school in!), die voorkomt dat het begeleidingsuur een veredeld opvanguur wordt. Elke week brengt een juf de groep naar de GSR waar ze een uur lang bijles en begeleiding krijgen bij lezen en huiswerk door 4 leerlingen van de GSR. Om de organisatiedruk voor de GSR laag te houden, voeren de leerlingen de stage zelfstandig uit in het estafettemodel. Dat houdt in dat de leerlingen 8 weken stage lopen, waarbij zij bij hun eerste stage-uur een overdracht en uitleg van werkzaamheden krijgen van een inmiddels ervaren leerling. Vervolgens lopen ze 6 weken stage en sluiten die af in de 8e week met een overdracht van hun kennis en ervaring aan een nieuwe groep van 4 leerlingen. Zodoende is er voor deze stage geen begeleiding van de GSR nodig en voeren de leerlingen hun stage zelfstandig uit. 

Vrienden van GSR
GSR wil met initiatieven zoals de huiswerklas voor de Meridiaan op laagdrempelige wijze vormgeven aan burgerschapsvorming. Hierbij betrekken ze ook de Vrienden van GSR, een stichting die door de school is opgericht om betrokkenen bij de school (alumni, familie, organisaties in de regio, etc) als vriend aan zich te binden. In plaats van donaties, al mag dat natuurlijk ook, wordt gevraagd om met kennis, activiteiten, passie of bv een stageplaats een bijdrage te leveren aan ‘samen leren leven’.

Erik Harinck, een van de oprichters en bestuurslid van Vrienden van de GSR, over de missie in relatie tot burgerschapsvorming: “Ik wil jongeren kansen bieden om hun talenten te ontplooien en hun vaardigheden te vergroten. Ik vind het ook belangrijk dat jongeren zelfbewust zijn en dat zij zich thuis voelen in de multiculturele samenleving. De vrienden van de GSR bieden nét dat beetje extra dat GSR-leerlingen voorbereidt op hun veelbelovende toekomst.”

Identiteit als Sterk Merk – Van project naar partnerschap

21-06-2018 | Afgelopen drie jaar heeft de Leerstoel Identiteit van de Theologische Universiteit Kampen onder leiding van Roel Kuiper in opdracht van LVGS gewerkt aan het project ‘Identiteit als Sterk Merk’. In dit artikel kijken we terug op de opbrengsten van het project: onder andere een visiedocument, een basistheorie voor christelijk onderwijs met de titel ‘Mensen kunnen bloeien’ en een daarbij behorend theologisch kader. Ook zijn op de meeste scholen individuele doorwerkingstrajecten gestart. Tot slot kijken we vooruit: naar het vervolg in de vorm van partnerschap, waarbij toerusting, netwerken/platforms en een kennisinfrastructuur belangrijke elementen zijn.

Van project…
Het eerste jaar stond in het teken van het onderzoek naar de formele en beleefde identiteit op de gereformeerde en evangelische primair- en voortgezet onderwijs scholen. Dit resulteerde in een visiedocument, dat op 5 februari 2016 publiek is gepresenteerd. Dit visiedocument geeft een beschrijving van de levensbeschouwelijke identiteit van de LVGS+ scholen. In dit document is o.a. op één (groene) pagina een tekst opgenomen die later door veel scholen is gebruikt als basis voor hun nieuwe of vernieuwde identiteitsdocument.

Figuur 1: Houtkoolschets project ‘Identiteit als Sterk Merk’

Het tweede jaar was een ontwikkeljaar. De onderzoeksgroep, die inmiddels uitgebreid was met Tirza van Laar (orthopedagoog), Berber Vreugdenhil (onderwijskundige) en Wolter Huttinga (theoloog), heeft dat jaar samen met de zogenaamde kopgroep (circa 30 vertegenwoordigers van de aangesloten scholen) een basistheorie voor christelijk onderwijs ontwikkeld. De kern van deze theorie is beschreven in het boekje ‘Mensen kunnen bloeien‘, dat op 22 september 2017 is gepresenteerd. Op die dag werd ook het boekje ‘Scholen in de ruimte van Gods Koninkrijk, een theologie voor christelijk onderwijs’ gepresenteerd. In deze brochure geeft Wolter Huttinga een theologische duiding van de op dat moment van kracht zijnde identiteitsdocumenten van de aangesloten scholen.

In 2017 zijn op de meeste scholen die verbonden zijn aan LVGS doorwerkingstrajecten gestart. Elke halfjaar wordt met een team van leerkrachten/docenten en/of leidinggevenden, onder begeleiding van Klaas Koelewijn, een conferentie georganiseerd voor leerkrachten/docenten en/of leidinggevenden. Als aanpak wordt hierbij het BOLD-model gebruikt, dat beschreven staat in het hiervoor genoemde visiedocument.

… naar partnerschap
Met de 15e heidag van 8 juni jl. met vertegenwoordigers van alle bij het LVGS+ aangesloten scholen is de projectfase van identiteit als sterk merk officieel afgesloten. De evaluatie van de rol en betekenis van de kopgroep is input voor het vorm en inhoud geven aan een partnerschap tussen LVGS en de Leerstoel Identiteit. Beide partijen willen graag datgene wat de afgelopen drie jaar ontwikkeld is en in beweging is gezet verder ontwikkelen, concretiseren en toepasbaar maken voor de lespraktijk. Over de precieze vorm en inhoud van dit partnerschap zijn de Leerstoel en LVGS momenteel met elkaar in gesprek. Drie elementen spelen daarbij een rol:

  1. Inzetten op toerusting (van docenten en schoolorganisaties)
  2. Werken met netwerken/platforms (die kunnen dienen als werkplaats).
  3. Ontwikkelen van kennisinfrastructuur (o.a. samen met VERUS, I&K, VIAA en CHE).


Tot slot

We kijken terug op een mooie projectfase waar onder de zegen van onze HEER veel werk verzet is en concrete producten zijn opgeleverd. We weten wie we zijn, wat we doen en vooral waarom we het doen! We zien uit naar de volgende fase en spreken de hoop en de verwachting uit dat de identiteit van de scholen die gaan voor expliciet christelijk onderwijs zichtbaar mag blijven totdat Hij komt! Én dat de christelijke identiteit wezenlijk en zichtbaar bijdraagt aan goed onderwijs voor kinderen, tieners en jongeren!

Klaas Koelewijn, Procesregisseur Identiteit als Sterk Merk

‘Leren van binnenuit’ op de ARS

Bijzonder onderwijsconcept in de spotlight

16-06-2018 | De Dr. A. Risaeusschool (ARS) in Hardenberg werkt door de hele school heen met het concept ‘Leren van binnenuit’. Het begon met een cursus kernreflectie binnen het team. Het denken en werken vanuit (door God gegeven) kernkwaliteiten werd zo gewaardeerd, dat men besloot dit te gaan vertalen in het werken met de kinderen op school, zo vertelt leerkracht en onderwijsinnovator Klaas Veldman van de ARS. Inmiddels is het een heus onderwijsconcept geworden met doorwerking tot in het contact met ouders, externe partners, maar ook het kinder- en jeugdwerk in de plaatselijke kerkelijke gemeente.

“Op basis van de theorie van Fred Korthagen hebben we de afgelopen jaren in alle lagen van de organisatie een manier van werken ingevoerd waarbij we steeds op zoek zijn naar en rekening willen houden met ieders binnenkant: competenties, overtuigingen, idealen en kernkwaliteiten.” Klaas Veldman | Bron: lerarenontwikkelfonds.onderwijscooperatie.nl

Leren van binnenuit is geënt op de positieve psychologie, die uitgaat van het principe dat je sterke kanten en idealen functioneren als motor voor je ontwikkeling. Als je dáárin gekend en gestimuleerd wordt (via het herkennen, benoemen en erkennen van je kernkwaliteiten), wordt je intrinsieke motivatie gevonden en kom je in een ‘flow’. Natuurlijk loop je ook tegen belemmeringen aan: je eigen beperktheid, zonden, beperkingen bij anderen, in je gezinssituatie, enzovoorts. Deze worden open besproken.

“Krachtgericht coachen helpt om de kernkwaliteiten van leerlingen naar boven te halen. We leren leerlingen hun kwaliteiten te herkennen, benoemen en erkennen. Door kernreflectie toe te passen, dring je door tot de diepere lagen. Zie het als het afpellen van een ui. Uiteindelijk blijven de kernkwaliteiten en idealen over: samen vormen ze een motor om te leren. Het is wel cruciaal dat jij en je leerlingen belemmeringen leren zien en benoemen. En kwetsbaar durven zijn. Daarvoor is veiligheid nodig.”
Klaas Veldman | 
Bron: artikel ‘Krachtgericht coachen’ in VIAA magazine

Je leert ‘liften’ tussen je denken, voelen, willen en doen. Dat maakt je een completer mens. En je leert rekening houden met elkaar, met elkaars kwaliteiten én eigenaardigheden. In navolging van Michael Fullan stelt schoolleider Wilco Nijland: “Transparantie, geen veroordeling en goede hulp leidt tot ontwikkeling”. De school integreert deze manier van werken met het relatiemodel, waarin liefde centraal staat: voor God, jezelf, elkaar en de schepping.

Door ‘leren van binnenuit’ voelen medewerkers en leerlingen zich gezien, gekend en geliefd, omdat ze de door God gegeven kwaliteiten mogen inzetten. Hierdoor voelen zij zich verantwoordelijk en gemotiveerd voor hun eigen leren en ervaren zij daarin plezier.

> Klik hier voor een samenvatting van het onderwijsconcept ‘Leren van binnenuit’.
> Lees hier het Artikel in VIAA magazine nummer 5 over krachtgericht coachen bij ARS.
> Bekijk hier de blog van Klaas Veldman over de LOF subsidie die de school heeft gekregen voor het ontwikkelen van een cursus voor nieuwe leerkrachten.


De ARS is de afgelopen jaren vanuit VIAA begeleid door Tiemen Zijlstra. De hogeschool gebruikt krachtgerichte coaching, waarbij kernreflectie wordt toegepast, om de studenten in hun ontwikkeling te begeleiden. Dat wat op de opleiding met betrekking tot kernreflectie wordt geleerd kunnen studenten op de ARS in praktijk zien. Er ligt een stevige verbinding. Fred Korthagen heeft op het Velon-congres (feb 2018, Roermond) over deze cross-overs tussen opleiding en werkvloer een workshop verzorgd waar leerlingen van de ARS, Tiemen Zijlstra en Rolf Robbe (VIAA) een bijdrage hebben geleverd.