09
NOV
2020

Interview | Een jongen uit Emmen wordt voorzitter

Marnix Niemeijder in gesprek met Berend Kamphuis, voorzitter van het college van bestuur van Verus

NIEUWSBRIEF NOV | Eerst hoor ik Berends stem, dan, even later, zie ik zijn gezicht op mijn beeldscherm. Ik zie in zijn oogopslag vriendelijkheid, maar ook iets van alertheid. Zo ook zijn stem: een timbre waar rust en doordachtheid in doorklinken, maar op gezette tijden ook hartstocht. Een stem die ‘luistert’, maar ook een punt wil maken. Wie is Berend Kamphuis? Het is in ieder geval iemand die veel van zijn ervaringen deelt. Daarbij merk je gaandeweg dat dat niet alleen komt omdat hij een goed geheugen heeft. Het sluit ook aan bij de waarde die hij toekent aan de concrete ervaring, de praktijk van het concrete leven.

“Ik ben in 1958 geboren in Jutphaas, een dorpje dat inmiddels opgegaan is in Nieuwegein. Toen ik één jaar was, zijn we naar Emmen verhuisd, waar ik groot geworden ben. Als kind groeide ik op zoals veel kinderen in die tijd: heel veel buiten spelen. Dat deed ik met gretigheid en intensiteit. Voetballen, hard door de buurt fietsen, kastanjes zoeken, holen maken. Door dit met mijn vriendjes te doen, leerde ik in het spelen maar ook in kinderruzies hoe het tussen mensen blijkbaar gaat.

Ik was leergierig. Buitenshuis maar ook binnenskamers. Mijn moeder, zelf een hartstochtelijk lezer, bracht mij in de wereld van boeken. Ik herinner me een boek over Koning Arthur van Jaap ter Haar, en ook Robinson Crusoe van Daniel Defoe. Dat laatste boek – waar natuurlijk in het licht van nu veel op valt aan te merken – liet mij iets zien van een leven dat mij aantrok. Naast het avontuur ook een leven dat een bepaalde mate van overzichtelijkheid heeft; met dagen die in een vast ritme voorbijgaan. Een leven waarin je een eigen plek hebt.”

Politiek
“Een boek dat grote indruk op mij maakte was ‘Een Maassluiser jongen wordt minister-president’, geschreven door het schrijversechtpaar De Moor-Ringalda. Dat boek zou je een calvinistische kinderhagiografie van Abraham Kuyper kunnen noemen. Het heeft mijn belangstelling voor politiek enorm aangewakkerd. Die interesse is gebleven en heeft zich in de loop der jaren verdiept en verbreed. Ik herinner mij nog goed een verkiezingsbijeenkomst in Emmen in de jaren zeventig. Ik zag en hoorde daar Joop den Uyl en Jan Terlouw. Met op de voorste rij Liesbeth den Uyl, die een sigaar rookte. Voor mij een vreemd haast vervreemdend beeld, maar ook fascinerend in het anders zijn.”

Naast zijn ontwakende interesse in de politiek is er ook Berends grote liefde voor muziek. Vanaf zijn 8ste tot zijn 22ste heeft Berend pianoles gehad. Naar het oordeel van anderen speelde hij verdienstelijk. Hij herinnert zich wat voor verpletterende indruk muziek op hem maakte. Zoals het spelen van zijn eerste Bach stuk. Maar ook zijn eerste concertbezoek staat in zijn geheugen gegrift. En veel later Engelse kerkmuziek. De bezoeken aan St. John’s College in Cambridge. En dichter bij huis de optredens van het ‘Roder jongenskoor’ in Nederland, waar zijn zoon Maarten in gezongen heeft.

Vorming
Wie Berend meemaakt weet dat vroeg of laat het woord ‘persoonsvorming’ valt. Wat was een vormend moment uit zijn leven toen hij nog jong was? Hij noemt zonder lang te hoeven nadenken een moment waarop zijn vader tegen hem zei dat hij zijn excuses moest maken aan een medeleerling. Het ging om een akkefietje, waarvan Berend niet eens meer precies de toedracht weet. Maar de woorden van zijn vader maakten hem ervan bewust dat je verantwoordelijk bent voor wat je doet. Verantwoordelijkheid dragen is een kernbesef gebleven.

“Deze en vergelijkbare ervaringen hebben mij geleerd – nu ik ouder ben, de zestig gepasseerd – hoe belangrijk innerlijke onafhankelijkheid is. Ik heb voldoende eigen ervaring opgebouwd, een ervaring die onvervreemdbaar van mij is. Ik ontleen daar – hoop ik – een zekere innerlijke kracht aan. In mijn besluit om mij voluit in te zetten als voorzitter van Verus heeft dit nadrukkelijk meegespeeld. Ik ervaar dat ik mij nu onbekommerd kan inzetten voor zaken die er naar mijn inzicht toe doen. Zaken die op het spel staan. En er staat wat op het spel binnen het onderwijs.”

Hij noemt de twee strategisch-ideologische thema’s waar Verus zich sterk voor maakt. Allereerst geïnspireerd goed onderwijs. “De reacties op het pedagogisch manifest van de gezamenlijke profielorganisaties (link invoegen) laten zien dat de grondtoon van het manifest resoneert met een breed gevoelde intuïtie en motivatie in het onderwijs. Het is een motivatie die nog te veel verborgen blijft, zeker binnen het openbaar bestuur, het politieke domein. Het is mooi als Verus ertoe kan bijdragen dat deze motivatie – met name gericht op het belang van persoonsvorming – gearticuleerd wordt en erkenning krijgt.”

“Ook taal is belang. De pedagogische opdracht vraagt om een taal die dat pedagogische uitdrukt. De taal die nu dominant is, is die van het maakbaarheid-denken, denken in doelen en middelen, investeringen en resultaten. Deze benadering heeft natuurlijk bestaansrecht, maar is eenzijdig, het is schraal.”

De vrijheid van onderwijs is en blijft een belangrijk thema voor Verus. “In de tijd van de verzuiling was de vrijheid van onderwijs min of meer één-op-één verbonden met de verschillende geloofsrichtingen die er waren. Iedere zuil kende zijn eigen instituties met eigen waarheden en schema’s. Daarbij was doorgaans duidelijker wat hen scheidde van andere instituties dan wat hen verbond. Vanuit de richtingen benaderde je ‘de vrijheid van onderwijs’.

Hoe krijg je nu, levend in een periode van ontzuiling en een toenemende diversiteit en complexiteit, toegang tot de vrijheid van onderwijs? Dat is een spannende vraag. Erik Borgman heeft ergens geschreven dat de vrijheid van onderwijs van het onderwijs zelf is en voor goed onderwijs een essentiële voorwaarde is. Onderwijs is naar zijn aard vrij. In aansluiting hierop denk ik dat de vrijheid van onderwijs diep verbonden is met de praktijk, de praxis. Vanuit de praktijk van het onderwijs, met als integraal kerngegeven de pedagogische relatie, krijgt de vrijheid van onderwijs gestalte. Op die wijze komen levensbeschouwing en religie van nature mee.”

Marnix Niemeijer

 

CV Berend Kamphuis

2019-heden: Voorzitter College van Bestuur Verus, Vereniging voor katholiek en christelijkonderwijs in Nederland
2010-2019: Voorzitter College van Bestuur Christelijk Voortgezet Onderwijs Zuid-West Fryslân
2000-2010: Voorzitter College van Bestuur ROC Alfa-college te Groningen
1995-2000: Directeur Instituut voor Managementopleidingen Noordelijke Hogeschool Leeuwarden
Directeur Thorbecke Academie Noordelijke Hogeschool Leeuwarden
1991-1994: Hoofd Bureau Secretaris-Generaal Ministerie van WVC/VWS
1987-1991: Stafmedewerker Bureau Secretaris-Generaal Ministerie van WVC
1983-1987: Persoonlijk medewerker van drs. M. Beinema, Lid van de Tweede Kamer