02
NOV
2018

De noodzaak van een duurzaamheidsambitie

NIEUWSBRIEF NOV | Ik schrijf deze bijdrage in de week dat het IPPC (het intergouvernementele plan tegen klimaatverandering) een rapport publiceerde dat uitgebreid in het nieuws kwam. Het rapport werkt de afspraken die op de klimaattop in 2015 in Parijs zijn gemaakt, verder uit. Belangrijke boodschap: omdat het een groot verschil maakt of de aarde 1,5 graden opwarmt of 2 graden, moeten landen er alles aan doen om de temperatuurstijging beperkt te houden tot 1,5 graden Celsius. Het rapport stelt daarbij dat het nog niet te laat is om beneden de 1,5 graden opwarming te blijven, maar dat dan wel ‘snelle, verstrekkende en nooit eerder vertoonde veranderingen’ nodig zijn. Dat betekent grootschalige veranderingen voor energiesystemen, hoe we omgaan met de grond en hoe we ons voortbewegen, aldus het rapport.

De week van
Het was ook de week dat het gerechtshof van Den Haag in de zgn. Urgenda-zaak een geruchtmakende uitspraak deed, namelijk dat de staat meer maatregelen moet treffen om klimaatverandering tegen te gaan. De korte-termijnplannen zijn onvoldoende om de achterstand in te halen. Daarmee verzaakt de overheid haar zorgplicht voor de Nederlandse burgers, oordeelde het Haagse gerechtshof.

Het was verder de week dat ik voor het eerst hoorde van de beweging ‘grootouders voor het klimaat’. Als geen ander zien grootouders hoe het klimaat de afgelopen 50 jaar veranderd is. De nieuwe beweging laat zien dat er in Nederland vele opa’s en oma’s zijn die zich zorgen maken over de wereld waarin hun kinderen én kleinkinderen opgroeien.

Tenslotte was het de week dat ik ergens op Twitter las dat alleen mensen die jonger zijn dan dertig zouden moeten worden geraadpleegd als het om klimaatzaken gaat. Het gaat immers met name over hun toekomst. Een prikkelende gedachte, omdat we bij het klimaat inderdaad bezig zijn met zaken die in het westen vooral in de komende decennia groot effect zullen hebben. Tegelijkertijd laat het initiatief van de grootouders zien, dat je met elkaar verbonden bent door generaties heen. Iets wat scholen bij uitstek zichtbaar maken.

Rik de Waard, GMR-leerling, De Passie (Utrecht)
“Op de Passie wordt al best veel gedaan aan duurzaamheid, zo is er in de nieuwbouw in Rotterdam en in de plannen voor nieuwbouw op de andere locaties aandacht voor gebruik van duurzame materialen en energiebesparing. Daarnaast zijn er andere initiatieven, zoals docenten die in hun lokaal afval scheiden of koffiebekertjes die meerdere keren gebruikt kunnen worden. De Passie is dus zeker bezig met duurzaamheid, maar beleid op dit gebied is er nog niet. Ik vind dat we, juist op een christelijke school, zo duurzaam mogelijk moeten zijn en dat het op de Passie nóg beter kan! Daarom heb ik het initiatief genomen om met de GMR een voorstel te doen aan de bestuurder! Het gaat mij hierin vooral om duurzaamheid in het dagelijks leven, door bijvoorbeeld afval nog beter en centraal te scheiden en zuiniger om te gaan met grondstoffen. Het zou mooi zijn als het personeel van de Passie hierin een voorbeeldfunctie zou vervullen! Daarnaast vind ik het, als het gaat om onderwijs, belangrijk dat een leerling die de Passie verlaat goede kennis heeft over het thema. Hiermee kan hij/zij dan een eigen mening vormen en zo meepraten over de maatschappelijke ontwikkelingen op dit gebied. We hopen het voorstel in november te presenteren!”

Identiteit en urgentie gaan hand in hand
Alle voorbeelden laten zien dat het onderwerp klimaatverandering door steeds meer mensen en instanties als bijzonder urgent wordt beschouwd. Ook door christenen. Zo hebben CDA en CU mede de klimaatwet gelanceerd, is er een Groene Kerken beweging die sterk in aantal groeit en zijn tal van christenen – privé dan wel zakelijk – betrokken bij allerlei initiatieven die te maken hebben met een zorgvuldig omgaan met de schepping en dikwijls daarmee verbonden: een eerlijke, faire handel. Voor hen is dat alles verbonden met identiteitswaarden als rentmeesterschap, verantwoordelijkheid, genieten en liefde voor de naaste, ook als die naaste ver weg woont of nog geboren moet worden. Kortom, bij klimaatbeleid – of breder geformuleerd: bij duurzaamheid* – gaan urgentie en identiteit hand in hand.

Het is om die reden dat Verus in het afgelopen jaar besloten heeft nadrukkelijk aan de slag te gaan met het thema duurzaamheid. Juist het onderwijs zal wat betreft het thema duurzaamheid een voortrekkersrol moeten spelen, omdat onderwijs zich bezighoudt met de toekomst van kinderen en hen voorbereidt op die toekomst.

Ledenpeiling Verus
In de afgelopen maanden zijn er op bureauniveau bijeenkomsten gehouden met externe en interne experts, is er een inspiratiebijeenkomst gehouden voor alle medewerkers en is er een ledenpeiling gehouden onder de leden. Aan deze peiling deden meer dan 300 bestuurders en schoolleiders mee, waaronder 13 vanuit LVGS. Ik geef een paar uitkomsten door die interessant zijn voor verdere strategievorming binnen Verus en LVGS.

  1. 79% van de respondenten vond duurzaamheid één van de grootste uitdagingen van deze eeuw en vond het goed dat Verus hiervoor aandacht vraagt. Slechts 1% van de respondenten vond dat het belang van duurzaamheid overtrokken wordt.
  2. Op de vraag wat leden van Verus verwachten op het gebied van de duurzaamheid antwoordde 72% ‘inspiratie om aan de slag te gaan’, 62% ‘goede voorbeelden en geleerde lessen van scholen ophalen en delen’, 57% ‘scholen in staat stellen een nog effectiever duurzaamheidsbeleid te voeren op beleidsterreinen waar de grootste impact kan worden gegenereerd’, 34% ‘gezamenlijk duurzaam inkopen en 33% ‘stem geven aan de belangrijke rol van onderwijs op het gebied van duurzaamheid’.
  3. Op de vraag wat de reden(en) is (zijn) om duurzaamheidsbeleid te voeren antwoordde 82% ‘duurzaamheid is nauw verweven met de identiteit’ en 69% ‘duurzaamheid is een urgent vraagstuk dat ieders aandacht vraagt’. Identiteit en urgentie, we noemden het al eerder. Wat mijn aandacht trok was dat 8% aangaf dat leerlingen het op de agenda hebben gezet.
  4. Op de vraag wat de reden(en) is (zijn) om geen beleid op duurzaamheid te voeren ging de hoogste score (58%) naar ‘onduidelijk welke rol mijn school kan spelen’.
Hannie Sonneveld, basisschool Immanuël (Best)
“Op het dak van onze school liggen 52 zonnepanelen. In de hal hangt een display waarop we kunnen zien wat er aan energie wordt opgewekt. Dat vinden verschillende kinderen wel interessant.” 

Noodzaak van duurzaamheidsambitie
Het is de bedoeling dat Verus vanaf 2019 haar dienstverlening en haar belangenbehartiging op het terrein van duurzaamheid gaat uitbouwen. De ledenpeiling levert voldoende haakjes daarvoor.

Het is mijn stellige overtuiging dat LVGS-scholen zich in deze tijd moeten afvragen wat hun duurzaamheidsambitie is. Persoonsvorming dan wel burgerschapsvorming kan daar niet om heen. Het gaat om een ambitie die je naar alle schooltypen kunt vertalen, waarmee je vanuit verschillende perspectieven aan de slag kunt en waar de school de ideeën en talenten van heel de schoolgemeenschap kan gebruiken. En naast het onderwijs, beginnen met stappen zetten richting een (meer) groene bedrijfsvoering.

Marnix Niemeijer
voorzitter LVGS en voorzitter werkgroep duurzaamheid Verus

* De meest gangbare definitie van duurzaamheid is: “Duurzame ontwikkeling is de ontwikkeling die aansluit op de behoeften van het heden zonder het vermogen van de toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen”. Micha gebruikte naast duurzaamheid vaak de woorden ‘ecologische en sociale gerechtigheid’.

Duurzaamheid op het Gomarus College