04
MRT
2019

Column | Je school is geen duiventil

Door Bert Wienen, psycholoog, onderwijskundige en bedrijfskundige

NIEUWSBRIEF MAART | ‘Horendol’, werd hij ervan, zo verzekerde de schooldirecteur mij. We hadden een mooi gesprek over ‘zijn’ school. Hij had mij rondgeleid, trots de nieuwe indeling van de school laten zien en hij was enthousiast over de sfeer in de school. Na een paar zware jaren ‘ging het de goede kant weer op’. De opluchting was van zijn gezicht af te lezen.

Tijdens een goede bak koffie kregen we het over de werkdruk van leraren; ‘Passend onderwijs is mislukt’, zo vertelde hij met zekerheid. ‘Mijn collega’s en ik worden helemaal gek van al die hulpverleners in de school. Het lijkt bijna wel of in iedere klas 3 of 4 kinderen jeugdhulp nodig hebben. En weet je wat zo lastig is? Die kinderen waar jeugdhulp nodig is: de ADHD’ers, dyslecten en steeds vaker kinderen die zich angstig voelen, daarvan denken ouders allemaal dat een speciale ‘eigen individuele aanpak’ nodig is’. We raakten in gesprek over dit fenomeen en over de politieke druk die er is rond de samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulp. Maar de vraag van deze schoolleider is terecht: gaat nog betere samenwerking niet leiden tot nog meer hulpverleners in de school? Tot nog meer individuele aanpakken? En wordt de school dan niet nog meer een duiventil waar hulpverleners in- en uitvliegen?

De afgelopen tijd heb ik mij – in zowel de praktijk als in wetenschappelijk onderzoek -beziggehouden met deze onderwerpen. Ik vraag me met regelmaat af hoe het kan dat het sterke ‘wat-is-er-met-dit-kind-aan-de-hand paradigma’ de scholen binnen is geslopen? Het paradigma waarin oorzaken voor afwijkingen van de norm, zoals bijvoorbeeld opvallend gedrag, in het kind worden gezocht: ‘Misschien heeft deze leerling wel dit of dat?’

Deze redenering, dat afwijkingen van een norm te verklaren zijn door iets wat een kind ‘heeft’, is gestoeld op een biomedisch verklaringsmodel. Het gebruik van dit verklaringsmodel leidt tot veel individuele aanpakken en tot vele specialismen die nodig zijn binnen de school. Denk aan experts uit de jeugdhulp, experts rond hoogbegaafdheid en andere experts die zich bezighouden met kinderen die afwijken van de norm. En zo zitten we met de gelijkenis van de school als een duiventil. Experts vliegen in en uit om de school te ondersteunen, om kinderen de individuele programma’s aan te bieden. Ondertussen meten we de mate waarin passend onderwijs slaagt af aan de mate waarin scholen in staat zijn om al die individuele plannen van die individuele oplossingen tot uitvoer te brengen. En dan vinden we het vreemd dat leraren werkdruk ervaren.

Een belangrijk nadeel van het gebruik van het biomedisch verklaringsmodel is dat oorzaken en oplossingen bij afwijkend gedrag of afwijkingen van de norm, die in de context van het kind liggen buiten beeld blijven. Bijvoorbeeld dat uit onderzoek blijkt dat de jongste kinderen in de klas een grotere kans hebben om ADHD te krijgen dan oudere kinderen in de klas. Of dat kinderen angststoornissen ontwikkelen als ze gedurende lange tijd nét niet aan de norm voldoen. Oorzaken die niet in het kind liggen, maar juist rond het kind in de context. De kunst in de komende tijd is om te onderzoeken en te verkennen of er niet andere verklaringsmodellen zijn die veel meer helpend zijn in de schoolcontext. Zoals bijvoorbeeld een pedagogisch verklaringsmodel, of nog andere verklaringen. Die wellicht helemaal niet te vinden zijn in dat wat we nu jeugdhulp noemen.

De schoolleider schonk een tweede bak koffie in. Ondertussen begon de pauze, de bel ging en verschillende klassen stoven naar buiten. Deze schoolleider gaf aan dat hij absoluut wil voorkomen dat zijn school een duiventil wordt. Hij wil in gesprek met de gemeente. Om samen afspraken te maken. Afspraken over vaste gezichten in de school, maar ook afspraken om onnodige medicalisering tegen te gaan. Samen nadenken of er misschien andere verklaringen zijn te vinden voor afwijkend gedrag dan alleen het ‘wat-is-er-met-dit-kind-aan-de-hand-paradigma’ te gebruiken. Daarvoor zijn context-experts nodig, andere expertise dus dan die nu vaak voor handen is. Ik adviseerde de schoolleider om samen met de gemeente te gaan zoeken naar deze experts. Om zo samen onderwijs beter te maken en samen te werken aan de toekomst van de kinderen en jongeren in de gemeente. Samen onderzoeken of normen aan te passen zijn en of kaders op te rekken zijn om zo echt passend onderwijs mogelijk te maken en leraren weer tijd en ruimte te geven om zich dagelijks te bekommeren om alle kinderen. Zonder dat juist dat aspect van hun werk als druk ervaren wordt.

Bert Wienen is psycholoog, onderwijskundige en bedrijfskundige. Hij werkt als adviseur en onderzoeker op het snijvlak van onderwijs en jeugdhulp. Daarnaast werkt hij aan een proefschrift ‘Van kind naar context’ over meer inclusief onderwijs bij de onderzoeksgroep Druk & Dwars bij de Rijksuniversiteit in Groningen.