09
DEC
2019

Column | Identiteitsgebonden benoemingsbeleid: een voortdurende schoolstrijd

Door: Jan Westert

N.a.v. van de promotie van N.A. Rijke die op 25 november 2019 plaatsvond aan de VU

NIEUWSBRIEF DEC | Dr. Niels Rijke heeft een vuistdik en zeer lezenswaardig proefschrift[i] afgeleverd over het identiteitsgebonden benoemingsbeleid op orthodox-protestantse scholen. Ik mocht een bijdrage leveren op het symposium voorafgaand aan zijn promotie. Een kernaspect van de vrijheid van onderwijs is het benoemingsbeleid. In de loop der jaren is dat benoemingsbeleid door de botsing met mensenrechten en het recht op privacy minder vanzelfsprekend geworden. Ik raad bestuurders en toezichthouders aan om het boek aan te schaffen. Het is een spiegel om diep in te kijken.

Rijke behandelt het benoemings- en ontslagbeleid van de reformatorische scholen, de evangelische, de orthodox-protestantse en de gereformeerd-vrijgemaakte denominatie. Hij geeft een uitstekende beschrijving van de historie van deze onderwijsrichtingen. Alleen daarom al hoort het boek op iedere school thuis. Ik beperk mij nu tot de gereformeerde scholen. Rijke beschrijft de ontwikkeling van deze richting in het onderwijs, voortgekomen en nauw verbonden met de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt.

Grondslag-identiteit
Tijdens het symposium heb ik geconstateerd dat de identiteit van de gereformeerde scholen is verschoven van een formele institutionele identiteit naar een meer informele inhoudelijke identiteit (pedagogisch/onderwijskundig). Dat is verrijkend. Gereformeerde scholen worden gedwongen inhoudelijk te laten zien waartoe hun richting op aarde is, los van de grondslag-identiteit. Een aantal scholen noemt zich inmiddels Scholen met de Bijbel. In het licht van het proefschrift zou je kunnen zeggen: de cirkel is rond.

Geen lid geen baan
Deze verandering heeft gevolgen voor het benoemingsbeleid. Het gereformeerd onderwijs kenmerkte zich door een relatief eenvoudige identiteitsbenadering. Het lidmaatschap van een gereformeerde kerk vrijgemaakt was doorslaggevend voor benoeming en benoemd blijven. Geen lid, geen baan! Achter dat objectieve criterium gaat veel spanning en strijd schuil. Kunnen mensen met afwijkende geloofsopvattingen, een ongehuwd samenwonende juf of meester, of een homoseksueel samenlevend persoon werkzaam zijn op een school voor bijzonder onderwijs? Rijke behandelt tal van casussen die de laatste decennia hebben plaatsgevonden. Steeds vaker botsen mensenrechten en het recht op privacy met het identiteitsgebonden benoemingsbeleid en de daaraan ten grondslag liggende grondrechten. Vaak gingen dit soort conflicten ook gepaard met beëindiging van het kerklidmaatschap. Voor het gereformeerd onderwijs was dat eigenlijk een aangename oplossing. Het was een objectieve ontslaggrond vanwege de denominatieve binding. Die band is steeds meer gaan knellen, blijkt uit reacties van schooldirecteuren. De diversiteit van opvattingen onder personeelsleden is groter geworden. Gescheiden personeelsleden en ongehuwd samenwonende personeelsleden worden niet meer ontslagen. Anders ligt het met homoseksueel samenwonenden, of kwesties van wijziging van kerklidmaatschap en geloofsdoop.

Schoolbesturen staan in de wind
Natuurlijk zijn de veranderingen in de kerkelijke kaart ook van invloed op het benoemingsbeleid van gereformeerde scholen. Aanvankelijk werd de kring van benoembaren telkens iets ruimer getrokken tot CGK en NGK. Meer en meer beseften scholen echter ook dat het oprekken van de kerkelijke denominatie voor het gereformeerd onderwijs niet langer afdoende was. Inmiddels definiëren scholen hun identiteit in een identiteitsdocument. Daar baseren zij hun benoemingsbeleid op. Het niet-lid zijn van een bepaalde kerk is niet doorslaggevend meer. Dat is winst. Geen lid, geen baan is van de baan! Het functioneren van een personeelslid als identiteitsdrager komt voortaan centraal te staan. Daar gaat het om in de school en de werkverhouding. Daar mag het schoolbestuur de werknemer op aanspreken en bevragen. Deze ontwikkeling vraagt meer van goed werkgeverschap. Het schoolbestuur komt nu zelf in de wind te staan, waar het zich in het verleden kon verschuilen achter de muur van de kerk. Een schoolbestuur moet zich inhoudelijk verantwoorden voor het eigen besluit. Ik vermoed dat verschillende ontslagen niet hadden plaatsgevonden, als dat beleid eerder was ingevoerd en dat voorgenomen benoemingen niet waren tegengehouden. De helaas anonieme schooldirecteuren zijn daarvan de stille getuigen.

Angst vanwege het richtingbegrip
De wat onzinnige angst voor uitholling van het begrip gereformeerde richting was daar mee debet aan. Dit aspect is in het proefschrift wat onderbelicht. Ook de ‘angst’ voor reacties van de achterban, de mogelijkheid van verlies van leerlingen en publicitaire effecten speelden helaas een te grote rol in de besluitvorming bij schooldirecties. Het objectieve criterium van kerklidmaatschap voorkwam veel bestuurlijke kopzorgen, maar trok soms wel diepe sporen bij de ontslagen personeelsleden. Dat verdient een blik in de spiegel en soms ook wel erkenning van schuld. Het meest duidelijk wordt dat in gevallen van verandering van kerklidmaatschap en in elk geval van homoseksualiteit. Het is de vraag of een schoolbestuur wel zo gemakkelijk op identiteitsgebonden gronden tot ontslag kon of had moeten besluiten. De praktijk laat inmiddels gelukkig ook andere oplossingen zien.

Goed werkgeverschap
Goed werkgeverschap ten aanzien van het benoemingsbeleid staat bij gereformeerde schoolbesturen nog maar aan het begin. Schoolbesturen staan mede door de botsing van rechten veel meer in de wind. Ook de communicatie rond een identiteitsontslag met de omgeving vraagt meer aandacht en openheid vanuit een kwetsbare opstelling. Wellicht dat de identiteitscommissie die in plaats is gekomen van de commissies van beroep juist op dat punt een waardevolle en ondersteunende rol kan vervullen.

Jan Westert was voorzitter van het LVGS in de periode 2012- 2016

 

[i] N.A. Rijke, Een voortdurende schoolstrijd, Identiteitsgebonden benoemingsbeleid van personeel op orthodox-protestantse basis- en middelbare scholen in Nederland in relatie tot mensenrechten, Boom  juridisch, Den Haag, 2019