16
JUN
2020

Column | De onmisbare(ken)bare opvangfunctie van het basisonderwijs

Wat hebben we geleerd van de Coronacrisis?

Door: Antoinette Heijink

NIEUWSBRIEF JUNI | Nu de scholen weer helemaal open zijn, naar school gaan weer bijna normaal lijkt, heb ik behoefte aan de noodrem te trekken… Wat hebben we nu geleerd van deze bijzondere Coronatijd? We leerden onder andere dat er kinderen zijn die verrassend goed gedijen bij de rust van goed onderwijs op afstand. En dat de Centrale Eindtoets niet persé nodig is om de basisschool goed af te ronden. Ook dat het niet meevalt voor een leerkracht om bij het geven van thuisonderwijs net zoveel uren op z’n billen te zitten als kinderen anders in de klas doen… Een andere les die de Coronacrisis ons leerde overstijgt het schoolniveau en gaat over de onmiskenbare opvangfunctie van het basisonderwijs.

Noodopvang
Terug naar zondag 15 maart. De sluiting van de basisscholen hangt in de lucht. Het is druk op de anders rustige LVGS-PO-app. Wat staat ons te doen als de scholen sluiten? Het lijkt me op dat moment logisch dat maatschappelijke partners, waartoe ook de basisscholen behoren, lokaal een oplossing moeten zoeken voor de opvang van kinderen van wie de ouders in de zorg moeten werken… Ik app een contactpersoon bij de gemeente hierover, maar die laat aanvankelijk weten dat de gemeente hierin voor zichzelf geen rol ziet. Dat snap ik niet. Dan volgt de persconferentie op zondagavond: het kabinet heeft besloten dat ook de basisscholen dicht gaan. Van basisscholen wordt verwacht dat zij onderwijs op afstand gaan bieden, maar ook noodopvang tijdens schooltijden. Deze taak wordt bij de scholen neergelegd, alsof het de normaalste zaak van de wereld is dat scholen hiervoor zorgen. Wat mij verbaast: niemand in onderwijsland die hier vraagtekens bij zet.

Impliciete verwachting
Zit hier niet één van de oorzaken van het veelbesproken werkdrukprobleem in het basisonderwijs? Het basisonderwijs heeft in de loop der jaren stilzwijgend de functie van kinderopvang tijdens schooltijd erbij gekregen. Er ligt geen contract onder, de scholen worden er niet voor betaald, het wordt niet beoordeeld door de onderwijsinspectie, maar het wordt wel door de samenleving inclusief de politiek van scholen verwacht. En het onderwijs is hier stilzwijgend in meegegaan. Ik sla de Wet op het Primair Onderwijs er voor de zekerheid nog even op na, maar echt… er staat bar weinig in over de verantwoordelijkheid van scholen als het gaat om opvang.

Opvangbehoefte
Oké, als dan vanzelfsprekend naar het basisonderwijs wordt gekeken voor het oplossen van het opvangprobleem, dan moet ik als schoolleider ook weten hoe groot de opvangbehoefte bij onze ouders is. Binnen drie dagen na het uitzetten van de peiling is de respons al 88,7%! Er is een gevoelde noodzaak. De uitkomst: circa een derde van de ouders maakt buiten schooltijd gebruik van opvang in verband met werk, maar tijdens schooltijd is maar liefst driekwart van de ouders in meer of mindere mate door werk afhankelijk van de opvang door school, voor gemiddeld 12,5 uur per week. Deze opvangbehoefte van ouders tijdens schooltijd lijkt me een goede voorspeller voor de weerstand die scholen zullen ondervinden als ze genoodzaakt zijn om klassen naar huis te sturen. Als ik de opvangbehoefte bij ons op school zie en bedenk dat de meeste andere scholen meer werkende ouders hebben en dus meer weerstand zullen ondervinden begrijp ik dat scholen zich in allerlei bochten wringen om dat te voorkomen. Maar is dat reëel?

Vitale sector
De Coronacrisis legt bloot dat het basisonderwijs niet alleen vanwege het onderwijs aan kinderen, maar ook vanwege haar opvangfunctie, economisch gezien, tot de vitale sectoren behoort, of ze dat nu wil of niet. Wellicht is het tijd om deze opvangfunctie van het basisonderwijs als samenleving te erkennen én te faciliteren. Het lerarentekort hoeft daarbij geen bottleneck te zijn, want de benodigde opvang tijdens schooltijd kun je organiseren met extra pedagogisch geschoolde medewerkers op de scholen.

Antoinette Heijink
directeur GBS De Wierde