01
JUL
2019

Brief aan Minister Engelshoven over de invloed van de overheid op de inrichting van het onderwijs

19-06-2019 | LVGS heeft samen met Verus, ISBO en VGS een brief gestuurd aan Minister Engelshoven over de invloed van de overheid op de inrichting van het onderwijs. Onderstaand een kopie van de tekst uit de brief.

“In uw emancipatienota 2018-2021 heeft u aangegeven “stereotypering in leermiddelen” te bespreken met uitgevers en andere betrokkenen. In de Emancipatiemonitor lazen wij vervolgens dat hoogleraar Maatschappelijke Vraagstukken dr. Judi Mesman van de Universiteit Leiden momenteel onderzoek doet naar representatie en stereotypering in lesmateriaal. En dat de uitkomsten van dit onderzoek in de zomer van 2019 worden verwacht en besproken met de educatieve uitgeverijen en hun brancheorganisatie De GEU. Vooruitlopend op de afronding van genoemd onderzoek sturen wij u deze brief.

In zijn uitleg van artikel 23 van de Grondwet schrijft de Onderwijsraad dat de vrijheid van onderwijs inhoudt “dat overheden zich niet mogen bemoeien met bijzondere scholen voor zover het om zaken van hun richting gaat en dat zij terughoudend moeten zijn als het gaat om de inrichting van het onderwijs en de organisatie van een bijzondere school.” Als profielorganisaties sluiten wij ons daarbij aan. Dit zou inderdaad de lijn moeten zijn en blijven. Deelt u dat met ons?

Wij constateren dat u in de genoemde Emancipatienota t.a.v. stereotypering in leermiddelen heeft gesteld dat “de overheid op dit gebied niet iets kan en wil voorschrijven, maar wel een debat kan stimuleren.” En in het algemeen overleg over sociale veiligheid in het onderwijs heeft u op 27 maart jl. gezegd dat het “uiteindelijk aan de uitgevers” is om te bepalen wat er in hun methoden staat. “U weet”, zei u destijds tegen PvdA-Kamerlid Van den Hul, “dat wij die uitgevers ook niks kunnen opleggen. Het zou ook heel verkeerd zijn als we dat wel zouden kunnen doen.”

Dank voor die stellingname – daar zijn wij het helemaal mee eens. Wij vragen u die lijn vast te houden en om als minister van Onderwijs – uit respect voor de vrijheid van onderwijs – terughoudend te zijn en te blijven inzake de inrichting van het (bijzonder) onderwijs, ook als het gaat over bijvoorbeeld de inhoud van lesmethoden en van de historische canon van Nederland.”